De Saab 96
In 1960 werd de saab 96 voorgesteld. De inmiddels tot 841 cc opgeboorde motor had standaard 38 pk. Saab volgde echter de wens van vele prive rijders en stelde een model variant, de 96 750 GT voor. Met een motor inhoud van opnieuw 748 cc konden deze in de klasse tot 750 cc starten. Voor ca. ƒ500,= was destijds een tuningspakket te koop waarmee het vermogen steeg tot 55 pk. Een kompleet inzetbare rallywagen was zo te realiseren voor ca. ƒ11.500,=.

De profs reden echter met de 842 cc motor met naar liefst 3 carburateurs. Deze hadden in het begin 62 pk maar dit liep in de loop van de jaren op tot wel 95 pk.
De Saab 96 bewees zich als rallyauto bijzonder solide en was razend populair onder de Zweden en Finnen. Hij verbruikte wel ca. 40 liter benzine op 100 km.
De Saab 96 bewees zich als rallyauto bijzonder solide en was razend populair onder de Zweden en Finnen. Hij verbruikte wel ca. 40 liter benzine op 100 km.
In noodgevallen liep de motor echter ook op pure alcohol. In de rally Luik-Sofia-Luik had een Zweedse journalist, die als monteur met het Saab team Carlsson/Palm mee mocht, per ongeluk lege jerrycans ingeladen. Toen de heren de benzine nodig waren en de fout ontdekten kamden ze de wagen uit en vonden nog een paar flessen pure alcohol die ze normale wijze gebruikten om de carburateur eventueel te ontdooien. De alcohol werd in de tank gegooid en met de oren dicht werd er gestart. Tot hun verbazing liep de wagen volkomen normaal en kon de laatste 10 km overbrugd worden.
In de jaren van 1960 tot 1965 gelukte de grote internationale doorbraak van de Saab 96. Niet minder dan 13 grote klassiekers werden winnend afgesloten. Vooral de overwinningen in de Monte-Carlo van 1962 en 1963 door Erik Carlsson, waren voor de internationale naamsbekendheid van groot belang. Overigens was Carlsson in 1961 gestart met een 95. Deze had destijds al een 4-bak wat de voorkeur van Carlsson had. Ook de overwinningen in de engelse RAC rally in 1960, 61 en 62 spreken tot verbeelding.

Overigens had Carlsson ook al aan de RAC van 1959 mee gedaan. Erg lag veel sneeuw, tot in de dalen en het was door het plaatselijk dooien erg glad. Een perfect Saab weertje. Carlsson was op alle proeven de snelste, eenzaam aan de leiding liggend tot ca. 90 km voor de finish. Een combinatie van een jump, bocht, toeschouwersauto en brug was net teveel. De jump te hard, de bocht te snel en in een laatste poging werd de toeschouwersauto nog net ontweken. Nu was echter de brug duidelijk te smal. Over en uit.

Ook in de RAC rally van 62 was het nog bijna weer mis gegaan. Opnieuw aan de leiding liggend brak op een proef de ophang-reactiearm van de achteras. Carlsson en bijrijder Stone waren nog in staat de wagen, al huppelend, de proef uit te sleuren. Op de verbindigsrit tussen de twee snelheidsproeven was er tijd voor service, echter het Saab service team was niet ter plaatse en onbereikbaar. De heren begonnen al radeloos te worden, totdat op de verbindingsetappe hun oog op een nagelnieuwe toeschouwers Saab 96 viel. Van de eigenaar geen spoor. De wagen werd op zijn kant gelegd en het benodigde onderdeel werd gedemonteerd. Men was reeds aangevangen met het hermonteren van het gloednieuwe onderdeel toen de eigenaar, witheet van woede, kwam opdagen. Furieus was de man. Dank zij de PR kwaliteiten van Carlsson kon de man toch overtuigd worden van de absolute noodzakelijkheid van deze actie. Naar het schijnt zijn de heren vrienden geworden en troffen zich daarna regelmatig bij de RAC rally’s.
Zes keer startte Carlsson bij de grote rally Luik-Sofia-Luik. Van 1959 tot 1964. In ‘63 en ‘64 lukte het om een tweede plek te behalen. Dit waren achteraf volgens Carlsson zijn grootste prestaties. Vanaf Luik in één ruk, over de voor één derde onverharde en niet afgesloten wegen en Alpenpassen, naar Sofia. Hier zat dan de helft van de 5500 km lange route erop. Wanneer er extreem snel gereden was, had met hier een één a twee uur durende pauze. Wanneer men in Sofia één minuut te laat klokte dan was het afgelopen. Op de terugweg naar Luik ging het voor de potentiële winnaars zo mogelijk nog harder. Volgens overleveringen begonnen de rijders zo ergens rond het 70e of 80e uur groene marsmannetjes te zien, die zich dan ontpopten als, voor hun leven springende, Oostenrijkse douane beambten. De teams waren 4-dagen en 4-nachten onderweg.

de rally Luik-Sofia-Luik jaargang?
De eerste jaren was Carlsson steeds vroeg uitgevallen. In ’63 en ’64 streed hij mee voor de overwinning. In ’63, buiten de reeds genoemde benzine/alcohol perikelen, zonder verdere problemen. Het pk monster van de Mercedes 230 was eenvoudig te snel. Standaard had deze reeds 150 pk. Tevens hadden de Mercedes rijders de week tevoren de totale rit al verkend!

In ’64 werd er vol voor de overwinning gestreden met de fin Rauno Aaltonen, die een drie-liter Healy van 210 pk bestuurde. Echter op het eind van de rally hield één van de drie Saab-cilinders het echter voor gezien, zodat alleen een tweede plaats er nog in zat. Overigens waren deze Saabs voor de Luik-Sofia-Luik speciaal geprepareerd. De deuren, motorkap en kofferklep waren van kunststof. Tevens waren de zijramen van kunststof. Met een volledig doorgaande extra aluminiumplaat ter bescherming onder de Saab, waren dit ook lang geen standaard auto’s meer. Ook de genoemde fin Rauno Aaltonen reed in de begin jaren van zijn carriëre met een Saab. Hij werd ook wel 'de rally proffessor' genoemd omdat hij continu naar mogelijk betere oplossingen en mogelijkheden aan het zoeken was.

In deze jaren hadden de auto’s in vergelijk met de concurrentie reeds te weinig vermogen. Alleen het prachtig geschikte onderstel in combinatie met de onnavolgbare rijders was voldoende om in gladde omstandigheden de neus vooraan te hebben.
De Monte-Carlo van 1962 bijvoorbeeld ging over de besneeuwde en beroemde passen van de col de Turini, Chartreuse, Mont Ventoux en de col de Bleine. De met de linkervoet geremde Saab van Carlsson vloog over de passen. Met 5 seconden voorsprong op het Mercedes PK-monster van Eugen Böringer kwam Erik in het droge en zonnige Monte-Carlo aan.
De Monte-Carlo van 1962 bijvoorbeeld ging over de besneeuwde en beroemde passen van de col de Turini, Chartreuse, Mont Ventoux en de col de Bleine. De met de linkervoet geremde Saab van Carlsson vloog over de passen. Met 5 seconden voorsprong op het Mercedes PK-monster van Eugen Böringer kwam Erik in het droge en zonnige Monte-Carlo aan.

De strijd was echter nog niet gestreden. Er volgde nog een proef over het Grand-prix circuit. In die dagen had men in de Monte-Carlo nog een indexuitslag op basis van de cilinder inhoud. Böringers Mercedes moest nu op het kurkdroge circuit 11 seconden per ronde sneller zijn dan Carlsson. Na een geweldige strijd bleek dat Carlsson niet meer dan 7 seconden per ronde moest toegeven zodat een eerste Monte overwinning een feit was. In de Acropolis rally was er dan de Mercedes revanche. Hier moest Carlsson genoegen nemen met de tweede plaats.

Mercedes zette inmiddels alles op alles voor de Monte-Carlo van ´63. Ook dit jaar weer volop sneeuw maar vooral ijs. De Zweden hadden echter ook niet stilgezeten en Saab bracht voor Carlsson nieuw ontwikkelde sneeuw/ijs banden, van het nieuwe type Hakkapelita met 640 spikes per band, mee. Merecedes had geen schijn van kans en Carlsson won dat jaar relatief eenvoudig van Mercedes (slechts 7e) maar kreeg nu ook met andere geduchte voorwielaandrijvers van doen.

In 1963 trouwde Erik Carlsson met Pat Moss, zus van de beroemde Stirling Moss. Patt Moss was zelf een zeer snelle rally rijdster. Aanvankelijk in de 3-liter Healy en vanaf 1962 ook in de nieuwe Mini. Een overwinning van haar in de Tulpenrally van 1962 was een van de eerste overwinningen voor deze auto. In de loop van 1962 kwam Pat echter bij Saab om de Safari Rally! Te rijden.

Een fantastische derde plaats was het resultaat. In 1964 was er zelfs een dubbel te vieren met een eerste plaats van Carlsson en een tweede plaats voor Pat Carlsson-Moss in de bloemenrally San Remo.
In 1964 behaalde Carlsson en Palm een opmerkelijke tweede plaats in de Safari Rally. Ergens onderweg waren Carlssen/Palm in een moddergat blijven steken en konden met geen mogelijkheid loskomen. Tenslotte hebben ze de auto eenvoudig op de zijkant gelegd, op het dak, zijkant, wielen, zijkant, dak enz, totdat hij aan de kant van de weg op een hardere grasbodem stond. Vandaar weer verder gereden. Bij de finish in Nairobi werd het verhaal in geuren en kleuren verteld, echter door niemand geloofd. Daarom werd de auto nog maar eens beetgepakt en werd deze vrolijk over een grasveldje gerold. De volgende dag stond de stunt in alle kranten.

Overigens is Carlson van 1961 t/m 1966 bij de Safari rally gestart. Telkens weer één groot avontuur van 6000 km. In elk jaar heeft hij aan de leiding gelegen. In ’63 lag Carlsson in de laatste nacht met een uur voorsprong aan kop, totdat een of ander dier werd getroffen.

In 1965 startte Carlsson met een snelle man, zijn zwager, de bekende racer Stirling Moss. Onderweg moest er een modderige rivierbedding overgestoken worden. Na ampele overweging bood Stirling Moss aan Carlsson aan, om op de motorkap te gaan liggen. “Dan heb je meer tractie en met een goede aanloop dan redden we het” aldus Moss. Zo gezegd en zo gedaan. Eerst een stuk achterwaarts de helling op, Moss geïnstalleerd en als een gek naar beneden. De modder door en de andere kant weer de heuvel op. Moss had een kleur als de plaatselijke bevolking maar straalde. Een goed resultaat zat er echter dat jaar niet in. Op de route was de tripmaster kapot gegaan en werd er hopeloos verkeerd gereden. In de einduitslag zijn de heren dan ook niet terug te vinden.
